Hoe wordt een wet gemaakt?

Om tot een wet te komen, doorloopt een idee heel wat stappen. We zetten ze op een rijtje.

Hoe wordt een wet gemaakt op federaal of Vlaams niveau

  1. Je begint met een idee.
  2. Een parlementslid schrijft dat idee neer en dient dat in als wetsvoorstel. Als het idee komt vanuit de regering, dan schrijven ze dat idee neer in een wetsontwerp.
  3. Verschillende parlementsleden van verschillende partijen zitten samen in een commissie over een bepaald onderwerp. Bijvoorbeeld de commissie Jeugd. De commissie Jeugd bespreekt en stemt alle wetsvoorstellen of -ontwerpen die te maken hebben met het thema Jeugd. Gaat het voorstel of ontwerp over een ander thema? Dan bespreekt en stemt een andere commissie dit.
  4. Gaat de commissie akkoord? Dan gaat het voorstel of ontwerp naar het hele parlement, of de plenaire vergadering. Die bespreekt en stemt het voorstel of ontwerp.
  5. Op het federale niveau bespreekt en stemt het andere orgaan (Kamer of Senaat) dit ook nog eens.
  6. Op het federale niveau bekrachtigt de koning de wet met zijn handtekening, samen met minstens één lid van de regering. Op Vlaams niveau is dat niet nodig. Dat bekrachtigt de Vlaamse Regering. Een Vlaamse wet noemen we een decreet.
  7. De wet of het decreet wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Tien dagen later moet iedereen de wet naleven.

Hoe werkt Europa?

  1. De Europese Commissie, zowat de Europese regering, mag een nieuwe wet voorstellen.
  2. Ze stuurt dat wetsvoorstel naar het Europees parlement en de Raad van de EU. In deze laatste zitten de ministers van alle 28 landen. Welke ministers hangt af van het onderwerp (een voorstel over milieu komt bijvoorbeeld terecht bij 28 ministers van milieu). Beide instellingen stemmen hierover. Ze mogen de nieuwe wet afkeuren of goedkeuren, maar ook dingen aan dat wetsvoorstel veranderen.
  3. Uiteindelijk moeten ze het over hetzelfde voorstel eens zijn. Als het Parlement én de Raad van de EU het hebben goedgekeurd, sturen ze het terug naar de Europese Commissie.
  4. De Europese Commissie zet het nu officieel op papier en stuurt het uit naar de lidstaten.
  5. De lidstaten moeten het omzetten in hun eigen wetgeving. De Commissie ziet hier op toe.