"Ik moest elke week in een potje plassen" | Bert (22)

Bert (22) begon zoals de meeste jongeren met softdrugs omdat veel mensen uit zijn omgeving het deden.

"In het begin deed ik het niet veel. Maar na een tijdje wordt je lichaam het zo gewoon dat je de dosis marihuana moet verhogen om eenzelfde effect te bekomen. Voor ik het wist, rookte ik dagelijks.

Met harddrugs verliep het proces net zo: mensen uit mijn omgeving deden het en ik wou het ook eens proberen. In het weekend snoof ik soms eens een lijntje of nam ik pillen. Maar op een bepaald moment wou ik er niet meer verder mee gaan. Ik zag hoe moeilijk sommige mensen het hadden om van hun verslaving af te raken. Het interesseerde me ook niet meer, dus hield ik het alleen bij marihuana.

Na een tijd werd mijn verslaving aan marihuana heel kostelijk en begon ik na te denken. Ik kende zoveel mensen die marihuana nodig hadden, ik had een auto, goede connecties. Dus ben ik beginnen dealen. Maar op een dag kwam ik terug van Nederland. Ik was net een test gaan halen van een nieuwe wietsoort. Aan de grens werd ik gevolgd door de politie. Ik kon niet meer ontsnappen en zette me aan de kant. Ik moest mee naar de douane in Antwerpen om een verklaringen af te leggen, waar ik de nacht moest doorbrengen in een cel. De volgende dag brachten ze mij naar het gerechtsgebouw in Brussel.

Later die dag hebben ze mij, in afwachting van de procedure, naar Vorst overgeplaatst. Na vier dagen werd ik, bij gebrek aan bewijsmateriaal voor dealen, voorwaardelijk vrijgelaten. Ik had immers gezegd dat de wiet voor eigen gebruik was. De voorwaarden waren dat ik werd opgenomen in een afkickcentrum, werk moest zoeken en om de twee weken naar het gerechtsgebouw in Brussel moest om een gesprek te voeren. Daarnaast moest ik elke week in een potje plassen om te laten zien of ik nog clean was.

Na anderhalf jaar kwam ik weer even in de verleiding om een joint te roken, maar al snel besefte ik dat dat niet het leven was dat ik wou. Sindsdien ben ik nog altijd clean en daar heb ik geen spijt van."

FOTO: Nguyễn Minh Chiến TEKST: Karlijn Peeters