Hoe kan ik openhartig met mijn ouders praten over gevoelige onderwerpen?

Bereid je goed voor

Weet goed wat je wil zeggen. Denk na over wat je wel en niet kwijt wil. Schrijf de belangrijkste ideeën op. Probeer het bij één onderwerp te houden. Wil je het over je gevoelens hebben, dan kan het helpen een lijstje te maken van je gevoelens en er situaties bij te schrijven waarin jij je zo gevoeld hebt.

Wat wil je bereiken? Als je goed weet wat je verwacht, kan je straks beter communiceren met je ouders. Misschien wil je dat er minder ruzie tussen jullie is of dat je ouders je meer steunen of …

Probeer eens een 'deurknopgesprek'. In de dagen en uren vóór je aan het gesprek begint, kan je iets laten vallen over het onderwerp op een moment dat je snel weg kan, bijvoorbeeld als een van jullie op het punt staat ergens naartoe te vertrekken.

Oefen. Probeer regelmatig gesprekjes met je ouders aan te gaan over alledaagse onderwerpen. Als je dan eens een moeilijker onderwerp wil bespreken, ben je het alvast gewoon om te praten.

Zoek een goede tijd en plaats. Begin er niet over als je ouder bijvoorbeeld druk bezig is. Goede momenten zijn vaak terwijl je in de auto ergens naartoe rijdt, tijdens de afwas, ... Vraag aan je ouder(s) of het een goed moment is om te praten of spreek een moment af. Kies een plek waar een prettige of ontspannen sfeer hangt en waar je niet gestoord kan worden.

Start het gesprek

Toon dat je over iets gevoeligs wil praten en probeer ook te verwoorden hoe jij je voelt bij het begin van dit gesprek. Schaam jij je omdat het om iets erg persoonlijks gaat? Wil je jouw ouders niet ongerust maken? Heb je schrik dat ze kritisch zullen reageren? Vertel ook wat je bedoeling is. Ziet je ouder zo’n gesprek op dat moment niet zitten, spreek dan een ander moment af.

Probeer vooraf enkele afspraken te maken. Bijvoorbeeld dat je eerst helemaal wil uitspreken en dat ook jij je ouders niet onderbreekt wanneer ze aan het woord zijn. Dat je ook echt luistert naar wat de ander zegt. Dat als het gesprek niet goed loopt, jullie het onderbreken en op een later moment verder praten. Dat je serieus genomen wil worden en je ouders ernstig neemt. Als je met één ouder spreekt kunnen jullie ook afspreken hoe de andere ouder geïnformeerd zal worden, wat niet doorverteld wordt aan andere gezinsleden, ...

Zie je het toch niet zitten om een gesprek te starten dan kan je jouw vraag of probleem in een brief, een mail of een sms aan je ouder neerschrijven. Houd er wel rekening mee dat een geschreven boodschap soms niet juist begrepen wordt of dat er misvatting kan ontstaan over de ‘toon’.

Vertel je verhaal of stel je vraag

Wees duidelijk over wat je denkt, voelt en wil en wees eerlijk. Dat wil niet zeggen dat je je ouders al je intiemste geheimen moet vertellen! En spreek vanuit jezelf.

  • Ik denk...
  • Ik voel...
  • Ik wil...

Luister naar wat je ouder te vertellen heeft en probeer ook zijn standpunt te begrijpen. Je moet het niet eens zijn, maar probeer wel te begrijpen waarom hij of zij het anders ziet. Zo is er meer kans dat je ouder ook voor jouw standpunt zal openstaan.

Blijf vriendelijk en respectvol. Probeer geen ruzie te maken of te zeuren. Geef aan hoe belangrijk het onderwerp voor jou is en wat het met je doet.

Wees niet bang van stiltes. Die zijn soms nodig om wat gezegd is te laten doordringen en erover na te denken.

Kijk naar hoe het gesprek verloopt en benoem wat je voelt. Merk je bij één van jullie weerstand? Probeer dat dan eerst uit te klaren voor je verder gaat. Als het gesprek echt niet goed gaat, is het soms beter om het een andere keer verder te zetten, eventueel met de hulp van een steunfiguur.

Sluit het gesprek af

Check of jullie elkaar goed begrepen hebben. Je kan dit doen door het gesprek in een paar zinnen samen te vatten. Bespreek kort wat jullie van het gesprek vonden en bedank je ouder voor het gesprek.

Geef elkaar de kans om bij te komen van een inspannend gesprek. Ga wat sporten of doe iets waarbij je de spanning wat kan laten wegvloeien.

Als het niet liep zoals je had gehoopt en het gesprek niet wilde lukken, zoek dan een steunfiguur. Dat is iemand uit je familie, een leerkracht, de ouders van een vriend, een buur, … die naar je kan luisteren, die je begrijpt en die eventueel samen met jou het gesprek met je ouders kan voeren.

FOTO: Eye for Ebony