Kan ik mijn ouders vertrouwen?

Kinderen moeten hun ouders kunnen vertrouwen. We bedoelen dat het gedrag van ouders voorspelbaar moet zijn én dat ze jou veiligheid moeten bieden. Dat doen ze door eerlijk, rechtvaardig en consequent te zijn. Maar ook dat ze de nodige grenzen stellen en jou geen dingen laten doen die je in gevaar kunnen brengen. Het betekent niet dat je ouders perfect moeten zijn, dat jullie het over alles eens moeten zijn of dat je alles leuk moet vinden wat ze zeggen of doen. Maar je weet waar je aan toe bent en dat je kan jouw ouders vertrouwen.

Ouders moeten niet alleen voldoende betrouwbaar zijn. Voor een goede band moeten ze ook beschikbaar zijn wanneer je hen nodig hebt. Dat betekent dat je bij hen kan aankloppen wanneer je ergens mee zit, dat ze het voor je opnemen en dat ze genoeg tijd en energie aan jou besteden. Naast betrouwbaar en beschikbaar moeten je ouders ook voldoende betrokken zijn. Dat wil zeggen dat ze geïnteresseerd zijn in jouw doen en laten, in wat jij meemaakt en voelt en dat ze met je meeleven. Het is het gevoel dat je ouders jou kennen en rekening met je houden.

Is er niet genoeg vertrouwen tussen jullie? Of voel jij je niet veilig bij je ouders? Ga dan niet in je eentje het gesprek aan. Zoek een steunfiguur: een volwassene die jij vertrouwt, bij wie je terecht kan met je verhaal en die eventueel samen met jou het gesprek met je ouders kan voeren. Denk aan: een familielid, een leerkracht, de ouders van een vriend, een buur, ...

Als de relatie tussen jou en je ouders ernstig verstoord is, zoek je best professionele hulp. Neem contact op met een organisatie uit het blokje 'Praat erover'. Doe dit zeker als je voelt dat je niets aan de situatie kan veranderen en daar erg van afziet!